Sector Groen

Voorstelling van EDUplus

EDUplus is het sectoraal opleidingsfonds voor de groene sectoren. De kerntaak van EDUplus is organiseren van een kwalitatief opleidingsaanbod voor de werknemers (arbeiders) van bedrijven uit de groene sectoren die over een vast contract van (on)bepaalde duur beschikken.

Bedrijven in de groene sectoren behoren tot de volgende paritaire comités:

PC 132 (Technische land- en tuinbouwwerken) : de ondernemingen uit deze sector voeren voorbereidende en ondersteunende werken uit voor  land- en tuinbouwbedrijven. De activiteiten zijn o.a. grondbewerkingen zoals ploegen, zaaien, sproeien, oogsten, dorsen, machinaal triëren, machinaal drogen van landbouw-, tuinbouw- en nijverheidsgewassen.

PC 144 (Landbouw): de activiteiten van landbouwondernemingen situeren zich vooral in de akkerbouw o.a. suikerbieten, gras, pootaardappelen en in de veeteelt o.a. rundvee, varkens, pluimvee, paardenfokkerij

PC145 (Tuinbouw): de activiteiten van tuinbouwbedrijven omvatten in hoofdzaak de groenteteelt, de fruitteelt, de sierteelt (sierplanten en bloemkwekerij) en de boomkwekerij.

PC145.04 (Tuinaanleg en tuinonderhoud): het aanleggen en onderhouden van tuinen, parken, sport- en recreatieterreinen.

De bedrijven van de groene sectoren zijn actief geheel Vlaanderen, maar er zijn wel enkele regionale accenten, zoals de fruitteelt in Limburg, sierteelt en boomkwekerij die sterk vertegenwoordigd zijn in Oost-Vlaanderen, de groenteteelt in de provincie Antwerpen (het noorden en de omgeving van Mechelen).

De groene sectoren staan voor een aantal uitdagingen, o.a.:

  • de blijvende instroom van werknemers die geen specifieke tuinbouwopleiding genoten hebben en die een andere taal dan Nederlands als moedertaal hebben
  • de wijzigende wetgeving en regelgeving inzake veiligheid, transport, voedselkwaliteitslabels en milieu
  • veranderende tendensen binnen de sector tuinaanleg en tuinonderhoud
  • de tendens tot relatieve schaalvergroting binnen de bedrijven van de tuinbouwsector
  • de aanpassingen van de wetgeving m.b.t. de fytolicentie.
  • de problematiek van de vergrijzing van het werknemersbestand

De meeste bedrijven binnen de groene sectoren kunnen we als kleine ondernemingen of micro-ondernemingen (1 – 10 werknemers) beschouwen en het zijn ook veelal familiale bedrijven met een vlakke organisatie. Er is echter een tendens naar schaalvergroting binnen de tuinbouwsector (PC145) waarbij de uitbouw van een meer hiërarchische organisatie nodig is. Dit wil echter niet zeggen dat het niet meer om KMO-bedrijven gaat: deze specificiteit blijft bewaard. Veel werknemers in de groene sectoren werken zonder een land- of tuinbouwopleiding gevolgd te hebben.

Voor uitvoerende functies in de land- of  tuinbouw met een eenvoudige jobinhoud,  vinden werkgevers vrij gemakkelijk arbeidskrachten van Belgische of buitenlandse origine. Voor een uitvoerende functie in tuinonderhoud of tuinaanleg wordt een hogere  mate aan kennis vereist en verloopt de instroom minder vlot. Vaak worden dan potentiële werknemers aangetrokken zonder kennis en ervaring op basis van inzetbaarheid, motivatie en algemene competenties. Deze beginnende werknemers hebben vaak een interim-contract of eventueel een I.B.O.-contract, bouwen hun competenties op en krijgen in geval van een gunstig verloop een vast contract.

Een aantal bedrijven met een groter aantal werknemers heeft behoefte aan leidinggevenden. Dit kan een opportuniteit zijn voor ervaren werknemers om door te groeien naar ploegbaas, teeltleider of een gelijkaardige functie. Daarnaast gebeurt het ook (vooral in PC145.04 tuinaanleg en –onderhoud) dat ervaren werknemers zelf een bedrijf oprichten.

Activiteit van EDUplus op de beurs

EDUplus zal op de beurs informatie verstrekken over tewerkstellingsmogelijkheden in de sector en de mogelijkheden om verder te studeren in richtingen die leiden tot tewerkstelling in de sector. Er is geen doe-activiteit voorzien.